De paardjes van Dierenthuis

In de paarden wei van Dierenthuis woont pony Pepito samen met een aantal vrienden, groot en klein. Pepito was het eerste paardje dat in Dierenthuis kwam, toen nog op de locatie in Aarle Rixtel. Hij was een afgedankte dekhengst, pas 8 jaar oud, die bestemd was voor de slacht. Paarden kunnen dertig jaar worden dus Pepito had nog heel wat jaren voor de boeg. Veel paarden halen de dertig niet, zeker niet als ze ‘nutteloos’ worden en afgedankt. Gelukkig wist een bevriende dierenarts de slacht te voorkomen en kwam Pepito naar Dierenthuis. De katten woonden toen op een terrein waar de voormalige stallen verbouwd waren tot kattenverblijven met mandjes, huisjes, strobalen en zelfs kinderwagens waar de katten hun dutje deden. Pepito kwam midden tussen de katten te wonen. Die vonden dat eerst maar een vreemde snoeshaan maar hij vond het zelf meteen geweldig leuk. Pepito wandelde lekker over het terrein, stak zijn neus eens nieuwsgierig in een kinderwagen, at her en der wat kattenbrokjes en vermaakte zich prima. Hij had zijn eigen stal maar daar kwam hij nooit. Alleen als er vers vlees aan de katten gevoerd werd moest Pepito eerst in zijn stalletje gelokt worden anders at hij alles op. Toen er nog meer pony’s bij kwamen ging Pepito samen met hen naar een eigen paarden wei. Hij verhuisde mee naar Almere en woont hier nu al heel wat jaren. Tussen zijn soortgenoten vindt Pepito het ook prima. Hij is dik bevriend met de bejaarde Elton en Davie. Twee paardjes die zwaar verwaarloosd en vermagerd in Dierenthuis kwamen. Ze hebben er wat kilo’s bij gegeten en het gaat goed met hen. Pepito en Elton staan graag tegen elkaar aan en kroelen wat samen. Ze houden ook van borstelen en knuffelen met de verzorgers, al zijn ze het meest geïnteresseerd of er wat te halen valt. De liefde gaat door de maag. Davie is nogal schuw en wordt niet graag geborsteld. Hij neemt dan een sprintje de andere kant op. Soms is dat natuurlijk wel nodig, zijn staart en manen moeten bij gehouden worden. Ook bij hem doet iets lekkers wonderen. Eenmaal in de stal, met een halster om, laat hij het kammen rustig toe. De hoefsmid komt elke 8 weken. Net zoals alle dieren hebben ook de paarden de vrijheid om zelf te beslissen of ze binnen of buiten willen zijn. De staldeuren staan altijd open maar ze maken er weinig gebruik van. Alleen als het onweert of echt hard regent willen ze weleens binnen staan. Dankzij het vrije buitenleven hebben ze een lekker dikke wintervacht. Het ziet er wel eens verfomfaaid uit. Het hooi zit vooral bij Davie vaak letterlijk tussen zijn oren. En van al die regen wordt je kapsel ook niet beter. Het terrein is in de winter modderig en dat zorgt voor vieze voeten. Maar wat geeft dat, vrijheid blijheid.

Volgende

Basbous en Beauty met Anneke (video)

Vorige

Slaapplekjes

Reacties zijn gesloten.